Volg me op Twitter!

Loading

motie van der Vlies c.s. over schijndrachtige geiten,

De Kamer,



gehoord de beraadslaging,



constaterende, dat zowel in de eerste ruimingsronde ter bestrijding van de Q-koorts als in de controleronde schijndrachtige melkgeiten en –schapen worden geruimd;



overwegende, dat met name in een verder gevorderd stadium van de dracht het onderscheid tussen dracht en schijndracht goed te maken is;



overwegende, dat in de literatuur de aanwezigheid van steriel vruchtwater een kenmerk van schijndracht genoemd wordt;



overwegende, dat veterinair deskundigen aangeven dat bij schijndracht geen vruchtvliezen en geen vrucht aanwezig zijn en de kans op vermeerdering van de Q-koortsbacterie daarom zeer klein is;



van mening, dat de risico’s van het niet ruimen van schijndrachtige melkgeiten en –schapen voor de volksgezondheid zeer beperkt en daarom aanvaardbaar zijn;



verzoekt de regering per direct geen schijndrachtige melkgeiten- en schapen meer te ruimen, tenzij op grond van een gedegen risicoanalyse van RIVM/CVI blijkt dat met het niet ruimen van deze niet-drachtige dieren onaanvaardbare risico’s genomen worden,



en gaat over tot de orde van de dag.

van der Vlies
Ormel
Thieme
Cramer
Snijder- Hazelhoff
Dibi